1942
Klokkenroof
De verordening van Rijkscommissaris Seyss-Inquart van 21 juli 1942 nr. 79, de Metaalverordening, bevatte de verplichting om metalen voorwerpen aan te geven en de bevoegdheid deze “ ten gunste van het Rijk der Nederlanden” te confisceren.
Onder de metalen voorwerpen behoorden ook de kerkklokken.
Voor Wageningen betekende het dat de klokken uit de toren van de Rooms-katholieke kerk verwijderd moesten worden.
De klokken, een luidklok van 750 kg en twee klokken van 500 en 350 kg werden op 24 december 1942 uit de toren gehaald en in januari 1943 afgevoerd.
De klokken van De Grote kerk waren in mei 1940 naar beneden gevallen en afgevoerd naar de koper- en metaalgieterij in Midwolda.
In het najaar van 1942 werd begonnen met het demonteren van de klokken uit de torens.
Hiervoor werd de Limburgse aannemer P. J. Meulenberg ingeschakeld.
Binnen één jaar werden ongeveer 6.700 klokken naar beneden getakeld, die naar 24 opslagplaatsen in het hele land werden gebracht.
Elke gemeente behield één klok, die voortaan bij luchtgevaar dienst moest doen.
Vanuit de Nederlandse opslagplaatsen werden de klokken per trein of boot naar Hamburg getransporteerd.
De klokken werden door de bezetter in beslag genomen, omdat de legering van het metaal, die voor tachtig procent uit koper en voor twintig procent uit tin, dezelfde samenstelling heeft als die waarvan kanonnen werden gegoten.
De voorraden van deze grondstoffen waren voor een groot deel in handen van de geallieerden, waardoor de productie van de Duitse oorlogsindustrie in gevaar dreigde te komen.
Bronnen:
Parochiearchief A.G. Steenbergen
750 kerkenbouw in Wageningen
Kees Gast en Maarten van den Wijngaart
Comité Open Monumenten Dag Wageningen 2005
